Levensduur elektrohuishoudapparaten


De recente berichtgeving rond de levensduur van elektrische huishoudapparaten bevat een aantal stellingen die niet overeenstemmen met de bevindingen van recente onafhankelijke studies uitgevoerd in opdracht van de Duitse en de Franse overheid, respectievelijk UBA (Umwelt Bundesamt) en ADEME (Agence de l’Environnement et de la Maîtrise de l’Energie).[1]

 

De studie in opdracht van de Franse overheid stelt vast dat er geen meldenswaardige daling is van de gemiddelde levensduur van grote elektrische huishoudapparaten, terwijl hun gebruiksfrequentie stijgt. Verder blijkt dat de consumenten zeer veeleisend zijn inzake de levensduur van hun apparaten en dat de apparaten van de grote producenten volledig beantwoorden aan deze verwachtingen.[2]

 

De studie in opdracht van de Duitse overheid geeft aan dat er een lichte daling is in de gemiddelde levensduur van de grote elektrische huishoudapparaten. Tegelijkertijd stelt men vast dat het aantal apparaten dat wordt afgedankt omwille van een defect daalt, maar dat consumenten steeds vaker een functionerend toestel vervangen door een nieuw apparaat met meer functies of een lager verbruik.

 

Bij de aankoop van elektrohuishoudtoestellen is de reputatie van het merk inzake duurzaamheid een doorslaggevend element voor de consument. Bijgevolg hebben producenten er geen belang bij om de duurzaamheid van hun toestellen bewust te verminderen.

 

De Europese en Belgische garantiewetgeving voorzien inderdaad in een verschillende regeling tijdens de eerste zes maanden en de daarop volgende 18 maanden. Uit een rondvraag blijkt echter dat alle grote producenten van elektrohuishoudapparaten dit onderscheid niet maken en twee jaar volledige fabrikantengarantie geven. Voor zover de apparaten overeenkomstig de gebruiksaanwijzigen worden gebruikt, voeren producenten tijdens de eerste twee jaren alle herstellingen gratis uit.

 

Wij hebben ook geen enkele indicatie dat het aantal herstellingsaanvragen gestegen zou zijn. Wel is het zo dat het aantal toestellen per huishouden en de gebruiksfrequentie aanzienlijk gestegen zijn de laatste jaren.

De kostprijs van een herstelling wordt voor een groot deel bepaald door de loonkost van de techniekers, die uiteraard sterk geëvolueerd is de laatste decennia. Dit brengt met zich mee dat de kostprijs van herstellingen sterk gestegen terwijl de verkoopprijs van nieuwe toestellen net gedaald is. Hierdoor is de kloof tussen de kost van een herstelling en de aankoopprijs van een nieuw toestel steeds verkleind. Hierdoor zijn sommige toestellen misschien nog wel technisch herstelbaar, maar is dit economisch niet interessant.

 

Wij kennen de technische details van de testen van TestAankoop en de door hen gebruikte methodiek niet, maar de producenten van elektrohuishoudapparaten zijn steeds bereid om mee te werken aan elk onderzoek dat Minister Peeters of de consumentenorganisaties zouden willen voeren.




[1] Beide studies zijn vrij beschikbaar.

[2] De gemiddelde levensduur van een « merk »-wasmachine is 11 jaar, wat overeenstemt met de door de consument verwachte levensduur. De gemiddelde levensduur van een « merk »-diepvriezer is 15,2 jaar, wat hoger is dan de verwachtingen van de consument (14,3 jaar).